Klembussen
Taperbush klembussen
Een Taperbush (conische klembus) wordt gebruikt om een poelie, tandwiel of koppeling op een as te monteren. Door dezelfde schijf te combineren met een bus in de juiste boring, kan één naafuitvoering vaak geschikt worden gemaakt voor meerdere asdiameters binnen het leverbare bereik. Hier vind je de busmaten, beschikbare boringen en algemene aandachtspunten voor montage en demontage.
Wat is een Taperbush klembus?
Een Taperbush is een conische klembus die als tussenstuk dient tussen de as en de naaf van een product, zoals een V-snaarschijf, tandwiel of koppeling. De buitenkant van de bus is taps (conisch); de binnenkant van de naaf heeft dezelfde conus. Door de bus met bouten in de naaf te trekken, klemt deze zich vast op de as.
Het grote voordeel: dezelfde schijf is met verschillende bussen op uiteenlopende asdiameters te monteren. Je kiest één schijf en bepaalt met de keuze van de bus welke boring je nodig hebt. Montage, vervanging en demontage kunnen daardoor meestal zonder extra nabewerking van de naaf plaatsvinden, mits de juiste bus, boring en montage-instructie worden gevolgd.
Hoe werkt het klemprincipe?
De bus en de naaf hebben halve schroefgaten die samen hele gaten vormen. Door de klembouten aan te draaien, wordt de conische bus in de naaf getrokken. De conus zet de bus radiaal samen, waardoor deze zich gelijkmatig om de as klemt.
- Zonder spie: bij lage of gelijkmatige belasting kan een Taperbush, afhankelijk van busmaat, boring en fabrikantgegevens, ook op wrijving klemmen. Controleer hiervoor altijd het maximaal toelaatbare koppel zonder spie in de datasheet.
- Met spie: bij hogere koppels, wisselende belasting of schokbelasting wordt meestal een passende spie toegepast. Gebruik ook dan het voorgeschreven aanhaalmoment voor de klembouten; verlaag dit niet zonder fabrikantvoorschrift.
Let op
Wordt een spie toegepast, dan moet er ruimte (rugspeling) overblijven tussen de top van de spie en de top van de spiebaan. De spie mag alleen op de flanken dragen, niet op de bovenkant.
Het aandraaien van de bouten trekt de conische bus in de naaf. Daardoor ontstaat klemkracht tussen as, bus en naaf, waardoor het onderdeel op de as wordt vastgezet. Het werkelijk overbrengbare koppel hangt onder meer af van busmaat, boring, toepassing met of zonder spie en het voorgeschreven aanhaalmoment. Gebruik daarom de fabrikantdata voor de gekozen busmaat en boring.
Busmaten & aanduiding
Een Taperbush wordt aangeduid met een viercijferige code, bijvoorbeeld 2517. Bij de gangbare Taper-Lock-aanduiding verwijzen de eerste cijfers naar de maximale boring in inch-aanduiding en de laatste cijfers naar de lengte door de boring. Controleer de exacte maatvoering altijd in de tabel van de fabrikant, omdat nominale inchcodes en metrische tabelwaarden afgerond kunnen zijn.
Per busmaat horen een vast aantal klembouten, een vaste boutmaat en een voorgeschreven aanhaalmoment. Onderstaande waarden zijn richtwaarden; controleer bij kritische toepassingen altijd de actuele datasheet of montage-instructie van de gekozen fabrikant:
| Bus | Lengte L | Buitenmaat A ca. | Bouten | Richtwaarde aanhaalmoment |
|---|---|---|---|---|
| 1008 | 22,3 mm | 35,1 mm | 2 × 1/4" BSW | ca. 5,6 Nm |
| 1108 | 22,3 mm | 38,2 mm | 2 × 1/4" BSW | ca. 5,6 Nm |
| 1210 / 1215 | 25,4 / 38,1 mm | 47,5 mm | 2 × 3/8" BSW | ca. 20 Nm |
| 1610 / 1615 | 25,4 / 38,1 mm | 57,1 mm | 2 × 3/8" BSW | ca. 20 Nm |
| 2012 | 31,8 mm | 69,8 mm | 2 × 7/16" BSW | ca. 31 Nm |
| 2517 / 2525 | 44,5 / 63,5 mm | 85,7 mm | 2 × 1/2" BSW | ca. 48–50 Nm |
| 3020 / 3030 | 50,8 / 76,2 mm | 107,9 mm | 2 × 5/8" BSW | ca. 90 Nm |
| 3525 / 3535 | 63,5 / 88,9 mm | 126,8 mm | 3 × 1/2" BSW | ca. 113–115 Nm |
| 4040 | 101,6 mm | 145,8 mm | 3 × 5/8" BSW | ca. 170 Nm |
| 4545 | 114,3 mm | 161,7 mm | 3 × 3/4" BSW | ca. 192–195 Nm |
| 5050 | 127,0 mm | 177,6 mm | 3 × 7/8" BSW | ca. 271–275 Nm |
Let op
Aanhaalmomenten kunnen per fabrikant of productlijn licht afwijken. Gebruik daarom de actuele datasheet of montage-instructie van de gekozen bus. Interpoleer geen aanhaalmomenten op basis van boring of busmaat.
Boringen & spiebaan
Bussen zijn leverbaar met vaste boringen, zowel metrisch als in inch. De boring (asdiameter) bepaalt welke uitvoering van de bus je nodig hebt. Let op: het leverbare boringbereik verschilt per busmaat én per fabrikant/assortiment. Gebruik onderstaande tabel daarom als indicatie en controleer de gekozen maat altijd op de productpagina of datasheet.
| Bus | Indicatief boringbereik metrisch |
|---|---|
| 1008 | ca. 10 – 25 mm |
| 1108 | ca. 10 – 28 mm |
| 1210 | ca. 10 – 32 mm |
| 1610 | ca. 10 – 42 mm |
| 2012 | ca. 10 – 50 mm |
| 2517 | ca. 16 – 65 mm |
| 3020 / 3030 | ca. 24 – 75 mm |
| 3525 / 3535 | ca. 30 – 90/100 mm |
| 4040 / 4545 | ca. 40/42 – 110/115 mm |
| 5050 | ca. 48 – 125 mm |
Metrische boringen hebben doorgaans een spiebaan volgens DIN 6885 deel 1. Bij bepaalde grotere boringen kan een verlaagde spiebaan worden toegepast volgens DIN 6885 deel 3. Inch-boringen volgen doorgaans BS 46 Part 1. Controleer per busmaat of een standaard of verlaagde spiebaan geldt.
Montage op de as
- Schakel de installatie veilig uit en reinig as, boring, buitenzijde van de bus en conische naafboring; verwijder olie, vet, vuil en bramen van de klemmende oppervlakken.
- Plaats de bus in de naaf en draai deze zo dat de halve gaten in bus en naaf samen hele gaten vormen. Let erop dat de gaten samenvallen, niet de schroefdraad.
- Olie alleen de schroefdraad/punt van de schroeven licht in en draai ze losjes in de gaten met schroefdraad aan de naafzijde. Breng geen olie of vet aan tussen de conische vlakken van bus en naaf.
- Schuif de bus-naafcombinatie losjes op de schone as en positioneer deze.
- Gebruik je een spie, plaats een passende spie in de spiebaan en houd ruimte tussen de top van de spie en de spiebaan in de bus.
- Draai de schroeven gelijkmatig en om en om aan tot het voorgeschreven aanhaalmoment van de fabrikant.
- Vul ongebruikte gaten met vet of kit om binnendringen van vuil en roest te beperken.
- Controleer na de eerste inloopperiode of volgens de montage-instructie het aanhaalmoment en corrigeer indien nodig.
Demontage
- Verwijder de bevestigingsschroeven volgens de montage-instructie van de bus.
- Olie de schroefdraad en punt van de benodigde schroeven licht in en draai ze in de afdrukgaten (de gaten met schroefdraad in de bus).
- Draai de afdrukschroeven gelijkmatig en om en om aan tot de bus loskomt uit de naaf en het geheel vrij op de as beweegt.
- Neem bus en naaf van de as.
Onthoud
Het aantal af te drukken schroeven komt overeen met het aantal afdrukgaten in de bus. Verwar de schroefgaten van de naaf niet met de afdrukgaten van de bus.
Tips & veelgemaakte fouten
- Monteer op schone, droge klemmende vlakken; olie of vet tussen de conische vlakken kan de wrijvingswerking verminderen.
- Draai de bouten gelijkmatig en om en om aan; zet niet één bout in één keer volledig vast, omdat de bus dan scheef kan trekken.
- Houd het voorgeschreven aanhaalmoment aan. Te los kan slip of loslopen veroorzaken; te vast kan naaf, bus of schroefdraad beschadigen.
- Controleer dat de halve gaten correct samenvallen tot hele gaten vóór je de schroeven plaatst.
- Controleer na de eerste inloopperiode of volgens fabrikantvoorschrift het aanhaalmoment opnieuw.
- Twijfel je over de juiste bus bij jouw asdiameter? Geef de schijf en de asmaat door, dan zoeken wij de passende klembus erbij.